Overleg
A2commonZipf 3.7
zelfstandig naamwoord, enkelvoud; bespreken; beraadslagen; tonen; overhandigen
het overleg
Common noun/ovər'lɛx/enkelvoud
overlegoverlegjemeervoud
overleggenoverlegjesoverleggen
Verb/ovər'lɛɣən; ovər'lɛɣə/bespreken; beraadslagen
/overleggen-overlegd-of-overgelegd
infinitief
overleggentegenwoordige tijd
overlegoverlegtoverleggenverleden tijd
overlegdeoverlegdentegenwoordig deelwoord
overleggendoverleggendeoverleggen
Verb/'ovərlɛɣən; 'ovərlɛɣə/tonen; overhandigen
/overleggen-overlegd-of-overgelegd
infinitief
overleggentegenwoordige tijd
leg overoverleglegt overoverlegtleggen overoverleggenverleden tijd
legde overoverlegdelegden overoverlegdentegenwoordig deelwoord
overleggendoverleggende
Create a free account to generate the full entry for this word.
Free. No password.