Overvallen
Auxiliary verb
hebben
onregelmatig werkwoord, sterke vervoeging (overvallen - overviel - overvallen)
Het werkwoord 'overvallen' betekent meestal 'plotseling aanvallen om te beroven', maar kan ook figuurlijk gebruikt worden, bijvoorbeeld als iemand verrast wordt door een vraag of situatie.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Examples
De politie denkt dat dezelfde bende de supermarkt heeft overvallen.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Als hij de bank overvalt, zal hij zeker gepakt worden.
onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd, aantonende wijs
De man die de winkel overviel, droeg een zwart masker.
onvoltooid verleden tijd, aantonende wijs
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.