Attributive forms
Als je 'paraat' gebruikt vóór een zelfstandig naamwoord, zeg je 'parate'. Bijvoorbeeld: 'de parate soldaat' of 'een parate reactie'. Dit betekent dat iemand of iets klaar is om snel te handelen.
- With definite article
- With indefinite article
- Without article
Predicative form
Na werkwoorden zoals 'zijn' of 'blijven' gebruik je altijd 'paraat'. Bijvoorbeeld: 'De dokter is paraat' of 'Zij blijft paraat'. Dit laat zien dat iemand klaarstaat om iets te doen.
Comparative
Om te zeggen dat iemand of iets *meer* paraat is, gebruik je 'parater'. Bijvoorbeeld: 'Zij is parater dan gisteren'. Dit betekent dat ze nog beter voorbereid is.
- Base form
- With "dan"
Superlative
Als iets of iemand het meest paraat is, gebruik je 'paraatst(e)'. Bijvoorbeeld: 'Hij is de paraatste van het team' of 'Zij reageert het paraatst'. Dit betekent dat niemand sneller of beter voorbereid is.
- Attributive
- Predicative
Important notes
- usage:'Paraat' wordt vaak gebruikt om aan te geven dat iemand of iets klaar is om snel te handelen, vooral in noodsituaties of bij voorbereiding.
- spelling:In de vergrotende trap wordt 'parater' gebruikt, en in de overtreffende trap 'paraatst(e)'. Let op de spelling met één 't' in de basisvorm.
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.