Passeren
A2commonZipf 3.8
werkwoord
passeren
Verb/pɑ'serən; pɑ'serə/infinitief
passerentegenwoordige tijd
passeerpasseertpasserenverleden tijd
passeerdepasseerdentegenwoordig deelwoord
passerendpasserende
Create a free account to generate the full entry for this word.
Free. No password.