NEDERLANDS
🇬🇧

Pauzeren

VerbB2

Auxiliary verb

hebben

regelmatig werkwoord

Het werkwoord 'pauzeren' betekent het tijdelijk stoppen van een activiteit, vaak om uit te rusten of iets anders te doen.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je, u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

Examples

  • Ik pauzeer elke dag om 11 uur.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Gisteren pauzeerde hij na twee uur werken.

    verleden tijd, aantonende wijs

  • We hebben net gepauzeerd, dus we zijn weer fris.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Pauzeer even als je te hard werkt!

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.