Auxiliary verb
hebben
regelmatig werkwoord
Het werkwoord 'pauzeren' betekent het tijdelijk stoppen van een activiteit, vaak om uit te rusten of iets anders te doen.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je, u
hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
Examples
Ik pauzeer elke dag om 11 uur.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Gisteren pauzeerde hij na twee uur werken.
verleden tijd, aantonende wijs
We hebben net gepauzeerd, dus we zijn weer fris.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Pauzeer even als je te hard werkt!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.