Pesten
Auxiliary verb
hebben
zwak werkwoord (regelmatig)
Het werkwoord 'pesten' heeft vaak een negatieve connotatie en verwijst naar het opzettelijk kwetsen, plagen of intimideren van anderen.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Examples
Ik pest mijn zusje nooit, want dat is niet aardig.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Hij heeft mij gisteren gepest tijdens de pauze.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Pest je klasgenoten niet, dat hoort niet!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Als hij mij pestte, werd ik altijd heel verdrietig.
verleden tijd, aantonende wijs
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.