NEDERLANDS
🇬🇧
  • Pijp(de)
    Common nounbuis pijp om tabak te roken
  • Pijpen
    Verbinformeel orale seks geven ook een

Pijp

  • depijp

    Common noun

    buis; pijp om tabak te roken

    1. buis

      Een holle ronde buis van metaal, kunststof of ander materiaal waardoor water, gas of lucht kan stromen.

      De loodgieter verving de kapotte pijp onder de gootsteen.

    2. rookinstrument

      Een klein voorwerp (vaak van hout of keramiek) dat iemand gebruikt om tabak uit te roken.

      Opa rookt elke avond zijn pijp in zijn stoel.

    waterpijporgelpijptabakspijpafvoerpijppijp leggen
  • pijpen

    Verb

    informeel: orale seks geven; ook: een kort scherp geluid maken

    1. seks (informeel)

      Iemand mondeling seksueel bevredigen. Dit is informeel en kan als vulgair worden ervaren.

      Ze heeft hem gepijpt.

    2. geluid

      Een kort, scherp piepend geluid maken, bijvoorbeeld door een alarm of een klein dier.

      Het alarm pijpt.

    iemand pijpenhet alarm pijpttoestel pijptpijpend geluid

Keep learning