NEDERLANDS
🇬🇧

Planken

Verb

Auxiliary verb

hebben

regelmatig werkwoord

Het werkwoord 'planken' verwijst naar de fitnessoefening waarbij je je lichaam in een rechte lijn houdt, ondersteund door je onderarmen en tenen. Het wordt vaak gebruikt in de context van sport en fitness.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je, u, wij / we, jullie

  • hij, zij / ze, het

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

Examples

  • Ik plank elke dag om sterker te worden.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Zij heeft gisteren geplankt en voelt zich nu sterker.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Plank jij ook weleens in het park?

    tegenwoordige tijd, vragende wijs

  • Als je fit wilt blijven, moet je regelmatig planken.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.