Ik vind het leuk om mensen te plezieren.
Zij is plezierend met haar vrienden in het park.
Een plezierende activiteit is belangrijk voor kinderen.
ik
Ik plezier graag met mijn vrienden.
jij / je
Jij pleziert altijd iedereen met je grappen.
u
U pleziert ons met uw aanwezigheid.
hij, zij / ze, het
Hij pleziert zijn vrienden met leuke verhalen.
wij / we
Wij plezieren de kinderen met een spelletje.
jullie
Jullie plezieren de gasten met een prachtig diner.
Ik plezierde veel op het feest vorig jaar.
Jij plezierde met je familie op vakantie.
U plezierde ons met uw verhalen over vroeger.
Zij plezierde op het concert.
Wij plezierden samen met anderen op het festival.
Jullie plezierden met de kinderen op het evenement.
Ik ben altijd blij als ik mensen heb geplezierd.
Moge jij pleziere vinden in je werk.
Plezier met het spel!