NEDERLANDS
🇬🇧

Plots

AdjectiveB1

Attributive forms

Als je 'plots' vóór een zelfstandig naamwoord gebruikt, wordt het vaak 'plotse'. Bijvoorbeeld: 'een plotse stilte' of 'de plotse kou'. Dit geldt vooral als het zelfstandig naamwoord een onverwachte verandering beschrijft.

With definite article
With indefinite article
Without article

Predicative form

Na werkwoorden zoals 'zijn', 'worden' of 'blijken' gebruik je altijd 'plots'. Bijvoorbeeld: 'De stop was plots' of 'Het werd plots donker'.

Comparative

Om te zeggen dat iets onverwachter of sneller gebeurt dan iets anders, gebruik je 'plotser'. Bijvoorbeeld: 'Deze reactie was plotser dan ik dacht'. Je kunt ook 'plotsere' gebruiken als het bijvoeglijk naamwoord vóór een zelfstandig naamwoord staat: 'een plotsere verandering'.

Base form
With "dan"

Superlative

Als je wilt zeggen dat iets het meest onverwacht of snel is, gebruik je 'plotst' (na een werkwoord) of 'plotste' (vóór een zelfstandig naamwoord). Bijvoorbeeld: 'Dit was het plotst' of 'de plotste gebeurtenis'.

Attributive
Predicative

Important notes

  • irregular:'Plots' is een onregelmatig bijvoeglijk naamwoord. In de stellende trap gebruik je 'plots' of 'plotse', afhankelijk van de context.
  • usage:'Plots' wordt vaak gebruikt om een onverwachte, snelle verandering aan te geven. Het is formeler dan 'plotseling' of 'ineens'.
  • spelling:Let op de spelling: in de vergrotende trap gebruik je 'plotser' en in de overtreffende trap 'plotst(e)'.

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.