Auxiliary verb
hebben
regelmatig werkwoord
Het werkwoord 'preken' wordt vaak gebruikt in religieuze contexten, maar kan ook figuurlijk gebruikt worden om aan te geven dat iemand langdurig en nadrukkelijk zijn mening verkondigt.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Examples
De dominee preekt elke zondag in de kerk.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Hij preekte gisteren over naastenliefde.
verleden tijd, aantonende wijs
Heb je hem ooit horen preken?
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Preek niet zo tegen me!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.