NEDERLANDS
🇬🇧

Preken

Verb

Auxiliary verb

hebben

regelmatig werkwoord

Het werkwoord 'preken' wordt vaak gebruikt in religieuze contexten, maar kan ook figuurlijk gebruikt worden om aan te geven dat iemand langdurig en nadrukkelijk zijn mening verkondigt.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

Examples

  • De dominee preekt elke zondag in de kerk.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Hij preekte gisteren over naastenliefde.

    verleden tijd, aantonende wijs

  • Heb je hem ooit horen preken?

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Preek niet zo tegen me!

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.