NEDERLANDS
🇬🇧

    Puzzel

    A2commonZipf 3.7

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de puzzel

      Common noun/'pʏzəl/

      enkelvoud

      puzzelpuzzeltje

      meervoud

      puzzelspuzzeltjes
    • puzzelen

      Verb/'pʏzələn; 'pʏzələ/

      infinitief

      puzzelen

      tegenwoordige tijd

      puzzelpuzzeltpuzzelen

      verleden tijd

      puzzeldepuzzelden

      tegenwoordig deelwoord

      puzzelendpuzzelende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.