(natuurgeweld of groot ongeluk)
De overstroming was een ramp voor het hele dorp.
Na de aardbeving kwamen hulporganisaties uit de hele wereld om de ramp te verzachten.
De ramp in Fukushima staat bij veel mensen nog in het geheugen.
De overheid heeft miljoenen vrijgemaakt voor de slachtoffers van de ramp.
Welke zin inspireerde dit schilderij?
(alledaagse overdrijving)
Mijn eerste werkdag was een ramp: ik kwam te laat en vergat mijn laptop.
Het etentje werd een ramp toen de oven kapotging.
Wat een ramp, ik ben mijn sleutels weer kwijt!
De verhuizing werd een complete ramp doordat de vrachtwagen pech kreeg.
(informele kritiek)
Mijn broertje is een ramp in de keuken; hij laat alles vallen.
Die nieuwe app is echt een ramp, hij crasht steeds.
Mijn handschrift is een ramp, niemand kan het lezen.
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.