NEDERLANDS
🇬🇧

Reageren

VerbA2

Auxiliary verb

hebben

regelmatig werkwoord (zwak werkwoord)

Het werkwoord 'reageren' wordt vaak gebruikt om een antwoord of respons op iets of iemand aan te geven, zowel in formele als informele contexten.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

Examples

  • Ik **reageer** altijd rustig als iemand boos op me is.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Zij **heeft** gisteren **gereageerd** op de vacature.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • **Reageer** alsjeblieft zo snel mogelijk!

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

  • Hij **reageerde** verbaasd toen hij het nieuws hoorde.

    verleden tijd, aantonende wijs

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.