NEDERLANDS
🇬🇧

Rijzen

Verb

Auxiliary verb

zijn

onovergankelijk, sterk werkwoord (rijzen-rees-gerezen)

Het werkwoord 'rijzen' wordt vaak figuurlijk gebruikt om een toename of stijging aan te duiden, zoals in kosten, spanning of verwachtingen.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

Examples

  • De prijs van huizen rijst elk jaar.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Gisteren rees de temperatuur plotseling.

    verleden tijd, aantonende wijs

  • Het is belangrijk dat de spanning niet te hoog rijze.

    tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs

  • Het deeg is mooi gerezen.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.