NEDERLANDS
🇬🇧

Ribben

Verb

Auxiliary verb

hebben

zwak werkwoord (regelmatig)

Het werkwoord 'ribben' betekent het in dunne reepjes of plakjes snijden van groenten of andere voedingsmiddelen. Het wordt vaak gebruikt in de context van koken.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je, u, wij / we, jullie

  • hij, zij / ze, het

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

Examples

  • Kun je de aardappelen ribben voor de stamppot?

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Hij heeft de courgette gisteren geribd.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Rib de paprika in reepjes!

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.