Auxiliary verb
hebben
zwak werkwoord (regelmatig)
Het werkwoord 'ribben' betekent het in dunne reepjes of plakjes snijden van groenten of andere voedingsmiddelen. Het wordt vaak gebruikt in de context van koken.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je, u, wij / we, jullie
hij, zij / ze, het
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
Examples
Kun je de aardappelen ribben voor de stamppot?
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Hij heeft de courgette gisteren geribd.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Rib de paprika in reepjes!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.