NEDERLANDS
🇬🇧

Riemen

Verb

Auxiliary verb

hebben

regelmatig werkwoord

Het werkwoord 'riemen' betekent het vastmaken of aanspannen van iets met een riem, vaak gebruikt in contexten zoals veiligheidsgordels, schoenen, of bagage.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

  • jij / je

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

Examples

  • Ik riem mijn rugzak altijd goed vast voordat ik ga fietsen.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Heb je je schoenen al geriemd?

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Riem je veiligheidsgordel vast!

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

  • Zij riemden de lading stevig vast voordat ze vertrokken.

    verleden tijd, aantonende wijs

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.