NEDERLANDS
🇬🇧
  • Rommel(de)
    Common nountroep spullen zonder veel waarde
  • Rommelen
    Verbprutsen rommel maken ook maag rammelen

Rommel

  • derommel

    Common noun

    troep; spullen zonder veel waarde

    1. spullen/troep

      Spullen die overbodig zijn of door elkaar liggen; rommel in huis of op straat.

      Ik moet de rommel in mijn kamer opruimen.

    2. slechte kwaliteit

      Spullen of goederen die goedkoop of van slechte kwaliteit zijn; weinig waard.

      Die spullen zijn rommel; de rommel gaat snel kapot.

    rommel opruimenoude rommelrommelmarktde rommeleen rommeltje
  • rommelen

    Verb

    prutsen; rommel maken; ook: (maag) rammelen

    1. prutsen

      Onhandig of slordig met iets bezig zijn; iets veranderen zonder het goed te doen.

      Hij rommelt altijd aan zijn fiets voordat hij naar zijn werk gaat.

    2. maaggeluid

      Een rammelend of knorrend geluid in de buik, vaak omdat je honger hebt of je maag werkt.

      Mijn buik rommelt als ik nog niets heb gegeten.

    3. onrust

      Er is onrust of er gaat iets mis binnen een groep of organisatie.

      Het rommelt op school sinds er nieuwe regels zijn.

    aan iets rommelenin de keuken rommelenaan de computer rommelenmijn buik rommelthet rommelt op (school/werk)

Keep learning