Auxiliary verb
hebben of zijn
onregelmatig werkwoord, scheidbaar samengesteld werkwoord
Het werkwoord 'rondvliegen' kan zowel letterlijk (vliegen in de lucht) als figuurlijk (snel bewegen of haastig ergens heen gaan) gebruikt worden.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
zij / ze
Verleden tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Examples
Ik vlieg rond om de omgeving te verkennen.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Gisteren vloog ik rond boven de stad.
verleden tijd, aantonende wijs
Ik ben al een paar keer rondgevlogen in een helikopter.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Vlieg rond om alles goed te zien!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.