Auxiliary verb
hebben
onovergankelijk en overgankelijk werkwoord
Het werkwoord 'rukken' kan zowel letterlijk (fysiek trekken) als figuurlijk (plotseling wegnemen) gebruikt worden. In sommige contexten kan het ook een negatieve of ruwe connotatie hebben.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Examples
Ik ruk de stekker uit het stopcontact.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Hij rukte de brief uit mijn handen.
verleden tijd, aantonende wijs
We hebben de hele dag aan het touw gerukt om de boot te verplaatsen.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Ruk niet zo aan mijn arm!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.