Ruziën
Auxiliary verb
hebben
onovergankelijk werkwoord (geen lijdend voorwerp)
Dit werkwoord wordt vaak gebruikt om ruzie of onenigheid tussen mensen te beschrijven, meestal in een informele context.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Examples
Ik ruzie nooit met mijn ouders.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Gisteren hebben we uren geruzied over de vakantie.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Als je niet ruzië met je vrienden, blijft de sfeer goed.
tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs
Ruzie niet zo vaak, het is niet goed voor jullie vriendschap!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.