🇬🇧

Ruziën

Auxiliary verb

hebben

onovergankelijk werkwoord (geen lijdend voorwerp)

Dit werkwoord wordt vaak gebruikt om ruzie of onenigheid tussen mensen te beschrijven, meestal in een informele context.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

Examples

  • Ik ruzie nooit met mijn ouders.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Gisteren hebben we uren geruzied over de vakantie.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Als je niet ruzië met je vrienden, blijft de sfeer goed.

    tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs

  • Ruzie niet zo vaak, het is niet goed voor jullie vriendschap!

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.