NEDERLANDS
🇬🇧

Sauzen

Verb

Auxiliary verb

hebben

zwak werkwoord

Het werkwoord 'sauzen' betekent het toevoegen van saus aan eten. Het wordt vaak gebruikt in de context van koken en voedselbereiding.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

  • zij / ze

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

Examples

  • Ik saus de salade altijd met een lichte vinaigrette.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Gisteren sausde hij de vis met een romige dillesaus.

    verleden tijd, aantonende wijs

  • Zij heeft de groenten netjes gesausd.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Sauzen jullie de aardappelen met jus?

    tegenwoordige tijd, vragende wijs

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.