Infinitief Om de lamp aan te zetten, moet je de schakelaar schakelen.
Tegenwoordig deelwoord De monteur is schakelend aan de apparatuur.
Het schakelende licht staat op groen.
Tegenwoordige tijd ik
Ik schakel snel tussen verschillende taken.
jij / je
Jij schakelt de computer in en uit.
u
U schakelt de verwarming met de afstandsbediening.
hij, zij / ze, het
Hij schakelt de nummers op zijn telefoon.
wij / we
Wij schakelen naar een andere zender.
jullie
Jullie schakelen de lichtschakelaars.
Verleden tijd ik
Ik schakelde de stroom uit tijdens de storm.
jij / je
Jij schakelde de lichten voor de film.
u
U schakelde de verwarming in de winter aan.
hij, zij / ze, het
Zij schakelde de apparaten uit na gebruik.
wij / we
Wij schakelden de beelden in het archief.
jullie
Jullie schakelden de oude televisie uit.
Voltooid deelwoord Ik heb de lamp succesvol geschakeld.
Aanvoegende wijs Ik hoop dat jij schakele als het moet.
Gebiedende wijs Schakel de radio aan als je wilt luisteren.
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.