NEDERLANDS
🇬🇧

Schaken

VerbA2

Auxiliary verb

hebben

regelmatig werkwoord

Het werkwoord 'schaken' verwijst specifiek naar het spelen van het bordspel schaken. Het kan ook figuurlijk gebruikt worden in de betekenis van 'plannen maken' of 'strategisch handelen', maar dit is minder gebruikelijk.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

Examples

  • Ik schaak al sinds mijn tiende.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Heb je ooit tegen een computer geschaakt?

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Als je wilt schake, kun je meedoen aan het toernooi.

    tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs

  • Schaak jij ook mee vanavond?

    tegenwoordige tijd, vragende wijs

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.