Auxiliary verb
hebben
regelmatig werkwoord
Het werkwoord 'schaken' verwijst specifiek naar het spelen van het bordspel schaken. Het kan ook figuurlijk gebruikt worden in de betekenis van 'plannen maken' of 'strategisch handelen', maar dit is minder gebruikelijk.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Examples
Ik schaak al sinds mijn tiende.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Heb je ooit tegen een computer geschaakt?
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Als je wilt schake, kun je meedoen aan het toernooi.
tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs
Schaak jij ook mee vanavond?
tegenwoordige tijd, vragende wijs
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.