Auxiliary verb
hebben
regelmatig werkwoord
Het werkwoord 'schaken' verwijst specifiek naar het spelen van het bordspel schaken. Het kan ook figuurlijk gebruikt worden in de betekenis van 'plannen maken' of 'strategisch handelen', maar dit is minder gebruikelijk.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je, u
hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Examples
Ik schaak elke week met mijn vrienden in het park.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Gisteren heb ik voor het eerst in jaren geschaakt.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Als je goed wilt worden, moet je vaker schaken.
tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs
Schaak jij ook mee in het toernooi?
tegenwoordige tijd, vragende wijs
Hij schaakte vroeger elke dag, maar nu heeft hij er geen tijd meer voor.
onvoltooid verleden tijd, aantonende wijs
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.