NEDERLANDS
🇬🇧

Schaken

VerbA2

Auxiliary verb

hebben

regelmatig werkwoord

Het werkwoord 'schaken' verwijst specifiek naar het spelen van het bordspel schaken. Het kan ook figuurlijk gebruikt worden in de betekenis van 'plannen maken' of 'strategisch handelen', maar dit is minder gebruikelijk.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je, u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

Examples

  • Ik schaak elke week met mijn vrienden in het park.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Gisteren heb ik voor het eerst in jaren geschaakt.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Als je goed wilt worden, moet je vaker schaken.

    tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs

  • Schaak jij ook mee in het toernooi?

    tegenwoordige tijd, vragende wijs

  • Hij schaakte vroeger elke dag, maar nu heeft hij er geen tijd meer voor.

    onvoltooid verleden tijd, aantonende wijs

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.