(als scheldwoord voor een slecht persoon)
Die schoft heeft al mijn spaargeld gestolen.
Wat een schoft is die buurman toch geweest!
Die schoft heeft me echt bedrogen.
De politie heeft de schoft eindelijk opgepakt.
Zonder die schoften was het bedrijf nooit failliet gegaan.
Je bent echt een schoft, weet je dat?
Welke zin inspireerde dit schilderij?
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.