Verb
Auxiliary Verb
hebben
transitief
Wordt vaak gebruikt in de context van zichzelf of anderen opleiden of opnieuw trainen.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze
wij / we
jullie
Verleden tijd
ik
jij / je
hij, zij / ze
wij / we
Tegenwoordig deelwoord
Voltooid deelwoord
Gebiedende wijs
jullie