NEDERLANDS
🇬🇧

Schudden

Verb

Auxiliary verb

hebben

regelmatig werkwoord (zwak werkwoord)

Het werkwoord 'schudden' kan zowel letterlijk (fysiek bewegen) als figuurlijk (bijv. iemand wakker schudden) gebruikt worden.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je, u, wij / we, jullie

  • hij, zij / ze, het

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie

Gebiedende wijs

Examples

  • Ik schud de fles altijd voordat ik de inhoud gebruik.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Hij schudde zijn hoofd toen hij het slechte nieuws hoorde.

    verleden tijd, aantonende wijs

  • Schud de fles goed voordat je het opent!

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

  • Zij heeft de boom geschud om de appels te laten vallen.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Hoewel hij zijn hoofd schudde, bleef ik aandringen.

    verleden tijd, aanvoegende wijs

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.