NEDERLANDS
🇬🇧

Scoren

Verb

Auxiliary verb

hebben

regelmatig werkwoord

Het werkwoord 'scoren' wordt vaak gebruikt in de context van sporten, maar kan ook figuurlijk gebruikt worden, bijvoorbeeld bij het behalen van succes of punten in een spel of examen.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

Examples

  • Ik scoor vaak tijdens voetbalwedstrijden.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Hij heeft gisteren twee doelpunten gescoord.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Als je nu scoort, winnen we de wedstrijd!

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

  • Hoewel hij moe was, scoorde hij toch nog een punt.

    verleden tijd, aantonende wijs

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.