NEDERLANDS
🇬🇧

Serveren

Verb

Auxiliary verb

hebben

regelmatig werkwoord

Wordt vaak gebruikt in de context van eten en drinken serveren in restaurants, cafés of tijdens evenementen.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je, u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

Examples

  • Kun je de koffie **serveren** alsjeblieft?

    tegenwoordige tijd, vragend

  • Gisteren **serveerde** het restaurant een heerlijk buffet.

    verleden tijd, aantonend

  • De taart is al **geserveerd**.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonend

  • **Serveer** de wijn niet te snel!

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.