(iemand rookt buiten voor de deur)
Hij stak een sigaret op en leunde tegen de muur.
Mag ik een sigaret van je lenen?
Ze rookt elke ochtend een sigaret bij haar koffie.
Hij heeft zijn laatste sigaret opgerookt en gooit het pakje weg.
Op het terras zaten twee mannen met een sigaret in de hand te praten.
Vroeger kocht je sigaretten per pakje in de kroeg.
Welke zin inspireerde dit schilderij?
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.