🇬🇧

Sjoemelen

Auxiliary verb

hebben

onregelmatig werkwoord (zwak, maar met een sterke betekenis van bedrog of manipulatie)

Het werkwoord 'sjoemelen' heeft een negatieve connotatie en wordt vaak gebruikt om aan te geven dat iemand op een slinkse manier iets manipuleert, vaak met cijfers, regels of feiten.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

Examples

  • Als je met de waarheid sjoemelt, kom je vroeg of laat in de problemen.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Hij heeft jarenlang met de boekhouding gesjoemeld voordat hij werd betrapt.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Sjoemel niet met je huiswerk, dat is niet eerlijk tegenover de anderen.

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.