🇬🇧

Skeeleren

Auxiliary verb

hebben

regelmatig werkwoord

Het werkwoord 'skeeleren' verwijst specifiek naar het schaatsen op skeelers (inline skates). Het wordt vaak gebruikt in de context van sport en recreatie.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

Examples

  • Ik skeeler elke zondagochtend in het bos.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Heb je ooit geskeelerd op deze route?

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Skeeler voorzichtig, de weg is glad!

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

  • Zij skeelerden vorig jaar door heel Nederland.

    verleden tijd, aantonende wijs

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.