🇬🇧

Sluimeren

Auxiliary verb

hebben

onovergankelijk werkwoord (geen lijdend voorwerp)

Het werkwoord 'sluimeren' betekent licht slapen of doezelen, vaak zonder volledig in slaap te vallen. Het heeft een rustgevende of ontspannen connotatie.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je, u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

Examples

  • Ik sluimer graag na de lunch om nieuwe energie op te doen.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Hij heeft de hele middag gesluimerd omdat hij moe was van het werk.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Sluimer maar even als je je niet lekker voelt.

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

  • De kat lag sluimerend in de zon.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Het is belangrijk dat je na een drukke dag even sluimere.

    tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.