(over eten en drinken)
Deze soep heeft een zoute smaak.
Ik hou van de smaak van verse aardbeien.
De smaak van deze kaas is heel sterk.
Na de operatie was zijn smaak een tijdje weg.
(over voorkeur en stijl)
Die jurk is echt niet mijn smaak.
Hij heeft een goede smaak voor muziek.
Over smaak valt niet te twisten.
Ze heeft een dure smaak als het om kleding gaat.
(over varianten van producten)
Welke smaak ijs wil je, aardbei of vanille?
Dit sap is verkrijgbaar in vijf smaken.
De nieuwe smaken komen volgende week in de winkel.
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.