(een scheldwoord voor iemand die iets heel naars doet)
Die smeerlap heeft mijn portemonnee gestolen toen ik even niet keek.
Wat een smeerlap is die man, hij bedriegt zijn vrouw al jaren.
Die smeerlap heeft me voor de gek gehouden.
De rechter veroordeelde de smeerlappen tot een lange gevangenisstraf.
Wie zoiets doet tegen zijn eigen familie is echt een smeerlap.
Welke zin inspireerde dit schilderij?
(over iemand die erg vies is of vuil werk doet)
Ga eerst onder de douche, kleine smeerlap, je zit onder de modder.
Na het werken in de tuin was hij een echte smeerlap geworden.
Kom hier, kleine smeerlap, ik ga je wassen.
De kinderen waren na het spelen in de regen echte smeerlappen.
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.