NEDERLANDS
🇬🇧

Snotteren

VerbA2

Auxiliary verb

hebben

onovergankelijk werkwoord

Het werkwoord 'snotteren' wordt vaak gebruikt om een lichte verkoudheid of een loopneus te beschrijven, meestal in een informele of alledaagse context.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

Examples

  • Ik snotter omdat ik verkouden ben.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Hij heeft de hele dag gesnotterd.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Snotter niet zo!

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

  • Zij snotterde gisteren tijdens de les.

    verleden tijd, aantonende wijs

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.