NEDERLANDS
🇬🇧

Sparen

VerbA2

Auxiliary verb

hebben

regelmatig werkwoord

Het werkwoord 'sparen' betekent geld of iets anders bewaren voor later gebruik, vaak met een doel voor ogen.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

Examples

  • Ik spaar elke maand vijftig euro.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Zij heeft genoeg gespaard voor haar droomreis.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Spaar wat geld, je weet nooit wanneer je het nodig hebt!

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

  • Als ik meer zou verdienen, zou ik meer sparen.

    onvoltooid verleden toekomende tijd, aantonende wijs

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.