Auxiliary verb
hebben
regelmatig werkwoord
Het werkwoord 'sparen' betekent geld of iets anders bewaren voor later gebruik, vaak met een doel voor ogen.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Examples
Ik spaar elke maand vijftig euro.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Zij heeft genoeg gespaard voor haar droomreis.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Spaar wat geld, je weet nooit wanneer je het nodig hebt!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Als ik meer zou verdienen, zou ik meer sparen.
onvoltooid verleden toekomende tijd, aantonende wijs
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.