NEDERLANDS
🇬🇧

Spatten

VerbA2

Auxiliary verb

hebben

onovergankelijk werkwoord

Het werkwoord 'spatten' beschrijft vaak een onbedoelde of speelse actie waarbij vloeistof (zoals water of verf) in druppels of spatten verspreid wordt.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

Examples

  • De kinderen spatten vrolijk in de plassen.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Hij heeft verf op de muur gespat.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Spat voorzichtig met die verf!

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

  • Als hij niet oppast, spatte hij straks alles onder.

    onvoltooid verleden tijd, aanvoegende wijs

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.