NEDERLANDS
🇬🇧

Spiegel

deCommon nounA2

Singular forms

'Spiegel' is een zelfstandig naamwoord dat meestal in het enkelvoud wordt gebruikt om één reflecterend object aan te duiden.

Definite (de/het)
Indefinite (een)
Without article

Plural forms

Het meervoud 'spiegels' wordt gebruikt als er meer dan één spiegel is.

Definite (de)
Without article

Diminutive form

Het diminutief 'spiegeltje' wordt vaak gebruikt om een kleine spiegel aan te duiden, vaak met een gevoel van vertedering of in informele contexten.

informeel

Common compounds

  • achteruitkijkspiegel

    Een spiegel in een auto waarmee je achter je kunt kijken.

  • badkamerspiegel

    Een spiegel die in de badkamer hangt.

  • handspiegel

    Een kleine spiegel die je in je hand kunt houden.

  • spiegelbeeld

    Het beeld dat je in een spiegel ziet.

Common word combinations

  • in de spiegel kijken

    Dit is een vaste uitdrukking om aan te geven dat iemand naar zijn of haar eigen reflectie kijkt.

  • spiegel poetsen

    Dit betekent dat je de spiegel schoonmaakt.

  • kapotte spiegel

    Een spiegel die gebroken is.

Important notes

  • usage:Het woord 'spiegel' kan zowel letterlijk (een reflecterend oppervlak) als figuurlijk (bijvoorbeeld in de uitdrukking 'iemand een spiegel voorhouden') gebruikt worden.
  • countability:'Spiegel' is een telbaar zelfstandig naamwoord. Je kunt dus spreken van 'een spiegel', 'twee spiegels', enzovoorts.

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.