Singular forms
'Stam' is een zelfstandig naamwoord dat in het enkelvoud voorkomt. Het kan verwijzen naar de stam van een boom, de basis van een woord, of een groep mensen (bijv. een familie of volk).
- Definite (de/het)
- Indefinite (een)
- Without article
Plural forms
De meervoudsvorm van 'stam' is 'stammen'. Deze vorm wordt gebruikt als je het over meerdere stammen hebt, bijvoorbeeld van bomen of woorden.
- Definite (de)
- Without article
Diminutive form
Het diminutief wordt gebruikt om iets klein of schattig aan te duiden, vaak in informele contexten of bij jonge bomen.
informeel
Common compounds
boomstam
de stam van een boom
woordstam
de basis van een woord, zonder uitgangen
stamcel
een cel die zich kan ontwikkelen tot verschillende soorten cellen
stamkroeg
een café waar iemand vaak komt
Common word combinations
dik
Wordt vaak gebruikt om de grootte van een boomstam te beschrijven.
hout
Stammen worden vaak geassocieerd met hout, vooral in de context van bomen.
familie
In de betekenis van een groep mensen (bijv. een familie of volk), wordt 'stam' vaak gecombineerd met 'familie' of 'volk'.
onderzoek
In de wetenschappelijke context wordt 'stam' vaak gecombineerd met 'onderzoek'.
Important notes
- usage:In de betekenis van 'groep mensen' (bijv. een familie of volk) wordt 'stam' vaak in historische of antropologische contexten gebruikt. Bijvoorbeeld: 'Deze stam leeft al eeuwen in het regenwoud.'
- countability:'Stam' is meestal telbaar. Je kunt zeggen 'één stam' of 'twee stammen'. In de betekenis van 'basis van een woord' is het echter vaak ontelbaar, bijvoorbeeld: 'De stam van het werkwoord is 'loop'.'
- irregular:De meervoudsvorm 'stammen' is regelmatig. Er zijn geen onregelmatige vormen voor dit woord.
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.