NEDERLANDS
🇬🇧

Stammen

Verb

Auxiliary verb

hebben

zwak werkwoord (regelmatig)

Het werkwoord 'stammen' wordt vaak gebruikt om afkomst of oorsprong aan te geven, zowel letterlijk (familie, afstamming) als figuurlijk (taalkundige of culturele oorsprong).

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

Examples

  • Mijn familie stamt uit Groningen.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Dit woord stamde oorspronkelijk uit het Frans.

    verleden tijd, aantonende wijs

  • Hij heeft altijd beweerd dat hij van adel gestamd is.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Stammend uit een eenvoudig gezin, had hij toch grote dromen.

    tegenwoordig deelwoord, bijvoeglijk gebruik

  • Moge hij uit een gelukkig gezin stamme.

    tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.