Infinitief Ik vind het leuk om te stelpen.
Tegenwoordig deelwoord De stelpende techniek is ingewikkeld.
Voltooid deelwoord Ik heb de broek gestelpt.
Tegenwoordige tijd ik
jij / je
u
U stelpt het gat in de zak.
hij
Hij stelpt zijn schoenen.
zij / ze
Zij stelpt de randen van het doek.
het
wij / we
jullie
Verleden tijd ik
Ik stelpte de bloemen in de vaas.
jij / je
Jij stelpte de kleding in een doos.
u
U stelpte de puzzel samen.
hij
Hij stelpte de lastige situatie op.
zij / ze
Zij stelpte de bloemen voor de wedstrijd.
het
Het stelpte goed aan volgens de instructies.
wij / we
Wij stelden de vragen goed.
jullie
Jullie stelpte de zaak helder.
Gebiedende wijs Stelp de vraag duidelijk!
Aanvoegende wijs Als ik maar stelpe dat alles goed komt.
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.