Auxiliary verb
hebben
hebben/zijn; transitief, intransitief
'Stillen' is een regelmatig werkwoord (zwakke vervoeging). In de betekenis 'borstvoeding geven' is het onderwerp altijd de moeder.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
zij / ze
Verleden tijd
ik
jij / je
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Gebiedende wijs
Examples
De moeder stilt haar kind rustig op de bank.
tegenwoordig, indicatief
Hij stilde zijn honger met een broodje kaas.
verleden, indicatief
Zij heeft haar nieuwsgierigheid al gestild.
voltooid tegenwoordig, indicatief
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.