Auxiliary verb
hebben
overgankelijk werkwoord (kan een lijdend voorwerp hebben)
Het werkwoord 'stillen' kan zowel letterlijk (bijv. honger of dorst stillen) als figuurlijk (bijv. pijn of verdriet stillen) gebruikt worden.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
jullie
Examples
De moeder **stilt** haar baby elke drie uur.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Gisteren **stilde** hij zijn pijn met een pijnstiller.
verleden tijd, aantonende wijs
Als je honger hebt, **stil** die dan voordat we gaan.
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Hoewel hij veel probeert, **stille** zijn zorgen nooit helemaal.
tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs
Zij heeft haar dorst **gestild** met een glas limonade.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.