NEDERLANDS
🇬🇧

    Stoeien

    VerbA2

    Auxiliary verb

    hebben

    onovergankelijk werkwoord (meestal), kan ook wederkerend gebruikt worden (zich stoeien)

    Het werkwoord 'stoeien' heeft vaak een speelse of vriendschappelijke connotatie, maar kan ook gebruikt worden om ruw spel of worstelen aan te duiden.

    Infinitief

    Tegenwoordige tijd

    • ik

    • jij / je

    • u

    • hij, zij / ze, het

    • wij / we

    • jullie

    Verleden tijd

    • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

    • wij / we, jullie, zij / ze

    Voltooid deelwoord

    Tegenwoordig deelwoord

    Aanvoegende wijs

    • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

    Gebiedende wijs

    • jij / je, jullie

    Examples

    • De katten stoeien met elkaar op het tapijt.

      tegenwoordige tijd, aantonende wijs

    • Gisteren hebben we urenlang gestoeid in de sneeuw.

      voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

    • Stoei niet zo wild, je maakt alles kapot!

      tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

    • Als hij maar niet te ruw stoeit met de kleintjes.

      tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs

    I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.