(bij de naaister of in een kledingwinkel)
Deze stof voelt heel zacht aan.
Ze kocht een mooie stof voor haar nieuwe jurk.
De stof van deze jurk is heel zacht.
Welke zin inspireerde dit schilderij?
(in de wetenschap of over producten)
Deze stof is schadelijk voor het milieu.
In groente zitten veel gezonde stoffen.
In het laboratorium onderzoeken wetenschappers een nieuwe stof.
(op school of bij het studeren)
We moeten de stof van hoofdstuk drie nog leren.
De docent legt de stof altijd heel duidelijk uit.
Heb jij alle stof voor het examen al geleerd?
De kinderen hebben de stof van afgelopen week nog een keer doorgenomen.
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.