Auxiliary verb
hebben
onovergankelijk werkwoord (betekenis: haperen, even stoppen met spreken of ademen)
Het werkwoord 'stokken' wordt vaak gebruikt om aan te geven dat iemand even stopt met spreken of ademen, meestal door schrik, verrassing of emotie.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Examples
Ik stok altijd als ik voor een groot publiek moet spreken.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Hij stokte toen hij zijn oude vriendin tegenkwam.
verleden tijd, aantonende wijs
Zij heeft even gestokt toen ze de vraag niet begreep.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Stok niet zo vaak tijdens je presentatie!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Keep learning
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.