NEDERLANDS
🇬🇧

    Stokken

    Verb

    Auxiliary verb

    hebben

    onovergankelijk werkwoord (betekenis: haperen, even stoppen met spreken of ademen)

    Het werkwoord 'stokken' wordt vaak gebruikt om aan te geven dat iemand even stopt met spreken of ademen, meestal door schrik, verrassing of emotie.

    Infinitief

    Tegenwoordige tijd

    • ik

    • jij / je, u, hij, zij / ze, het

    • wij / we, jullie, zij / ze

    Verleden tijd

    • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

    • wij / we, jullie, zij / ze

    Voltooid deelwoord

    Tegenwoordig deelwoord

    Aanvoegende wijs

    • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

    Gebiedende wijs

    • jij / je, u, jullie

    Examples

    • Ik stok altijd als ik voor een groot publiek moet spreken.

      tegenwoordige tijd, aantonende wijs

    • Hij stokte toen hij zijn oude vriendin tegenkwam.

      verleden tijd, aantonende wijs

    • Zij heeft even gestokt toen ze de vraag niet begreep.

      voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

    • Stok niet zo vaak tijdens je presentatie!

      tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

    Keep learning

    I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.