NEDERLANDS
🇬🇧

Stomen

VerbB1

Auxiliary verb

hebben

regelmatig werkwoord

Het werkwoord 'stomen' wordt vaak gebruikt in de context van koken, schoonmaken (bijv. kleding) of industriële processen. Het kan zowel letterlijk (bijv. voedsel stomen) als figuurlijk (bijv. 'iemand stomen' in de betekenis van iemand voorbereiden) gebruikt worden.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

  • zij / ze

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

Examples

  • Ik **stoom** elke ochtend mijn ontbijt.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Gisteren **stoomde** ik de broccoli te lang.

    verleden tijd, aantonende wijs

  • De vis is **gestoomd** en klaar om te eten.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • **Stoom** de groenten niet te lang!

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

  • Hopelijk **stome** hij de groenten op tijd.

    tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.