NEDERLANDS
🇬🇧

Stoten

VerbA2

Auxiliary verb

hebben

onregelmatig (sterk en zwak), overgankelijk en onovergankelijk

Het werkwoord 'stoten' kan zowel fysieke botsingen als emotionele schokken uitdrukken. In de verleden tijd zijn zowel sterke (stiet/stieten) als zwakke vormen (stootte/stootten) correct, maar de sterke vormen worden vaker gebruikt in formele of literaire contexten.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

Verleden tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

Examples

  • Ik stoot mijn knie vaak tegen de tafel.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Hij heeft zijn hoofd hard gestoten.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Stoot niet tegen die glazen deur!

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

  • Zij stootte (of stiet) haar elleboog toen ze viel.

    verleden tijd, aantonende wijs

  • Men hoopt dat hij zich niet stote aan de nieuwe regels.

    tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.